Organismen die krachtig genoeg kunnen zwemmen om zich onafhankelijk van stromingen voort te bewegen, worden nekton genoemd. Deze categorie omvat de meeste volwassen vissen, inktvissen, zeezoogdieren en sommige grotere schaaldieren en reptielen. Plankton daarentegen drijft met het water mee, terwijl benthos op of in de zeebodem leeft.
Nektonische dieren leven in alle dieptezones, van het oppervlak tot de diepzee. Dankzij hun vermogen om te navigeren kunnen ze migreren, prooien achtervolgen, aan roofdieren ontsnappen en geschikte leefomgevingen selecteren. Veel soorten ondernemen dagelijks verticale migraties of seizoensgebonden reizen over duizenden kilometers.
De visserij richt zich bijna uitsluitend op nekton. Inzicht in hun gedrag, fysiologie en populatiedynamiek is daarom essentieel voor het beheer van de visbestanden. Akoestische metingen, het markeren van dieren en genetische methoden helpen bij het volgen van hun bewegingen en het schatten van hun aantallen. Veranderingen in temperatuur, zuurstof en de verspreiding van prooien zorgen er nu al voor dat de verspreidingsgebieden van veel nektonsoorten verschuiven.
Een tonijn die tegen de stroom in zwemt, illustreert de onafhankelijkheid die nekton kenmerkt.
Comments
No comments yet. Be the first to share a thought.
Leave a comment