Een biomarker is een meetbare indicator van een biologische toestand. Het kan een eiwit in het bloed zijn, een genetische mutatie, een patroon van genexpressie of een beeld op een scan. Biomarkers vertellen ons of een ziekte aanwezig is, hoe deze zich ontwikkelt of of een behandeling werkt. Het zijn de signalen die we interpreteren om te begrijpen wat er in het lichaam gebeurt.
Biomarkers dienen vele doeleinden. Diagnostische biomarkers identificeren ziekten. Prognostische biomarkers voorspellen hoe een ziekte zich zal ontwikkelen. Voorspellende biomarkers geven aan of een patiënt zal reageren op een bepaalde behandeling. Farmacodynamische biomarkers laten zien of een medicijn zijn doel bereikt. Elk type biomarker is nuttig in een andere fase van de zorg.
Het vinden van een goede biomarker is lastig. Deze moet meetbaar, betrouwbaar en klinisch relevant zijn. Hij moet onderscheid kunnen maken tussen mensen met en zonder de aandoening, en dat op een consistente manier. Veel potentiële biomarkers slagen niet voor validatie. Een marker die in het ene onderzoek werkt, werkt mogelijk niet in een ander onderzoek, of verandert mogelijk geen klinische beslissingen.
Biomarkers staan centraal in de precisiegeneeskunde. Ze bepalen welke patiënten welke medicijnen krijgen. Het borstkankermedicijn Herceptin is alleen effectief bij tumoren die het HER2-eiwit overmatig tot expressie brengen. Het testen op HER2 is een biomarker-test. Zonder deze test zou het medicijn worden gegeven aan patiënten die er geen baat bij zouden hebben. Biomarkers maken behandelingen slimmer.
Comments (2)
Leave a comment