Een nevel is een wolk van gas en stof in de ruimte. Het woord komt van het Latijnse woord voor wolk, en dat is wat vroege waarnemers zagen: wazige vlekken die geen sterren waren. Sommige nevels zijn de geboorteplaatsen van sterren. Andere zijn de overblijfselen van uitgedoofde sterren. Een paar zijn geen van beide, maar gewoon gaswolken die verlicht worden door nabije sterren.
Er bestaan verschillende soorten. Emissienevels stralen met hun eigen licht, aangedreven door jonge, hete sterren die erin ingebed zijn. De Orionnevel is hiervan het bekendste voorbeeld. Reflectienevels schijnen door het weerkaatsen van sterlicht en lijken blauw om dezelfde reden als de hemel. Donkere nevels zijn dichte wolken die het licht van sterren erachter blokkeren, zoals de Paardenhoofdnevel. Planetaire nevels zijn gaswolken die door stervende sterren worden afgestoten, en supernovarestanten zijn de brokstukken van geëxplodeerde supernova's.
Nevels zijn belangrijk omdat ze de grondstof van de Melkweg vormen. Sterren ontstaan wanneer dichte klompen in een nevel onder invloed van de zwaartekracht instorten. De samenstelling van een nevel bepaalt welke soorten sterren en planeten er kunnen ontstaan. De zware elementen in je lichaam zijn gevormd in sterren en gerecycled in nevels.
Veel nevels zijn onzichtbaar voor het blote oog, maar lichten helder op in infrarood- of radiolicht. Infraroodtelescopen kunnen door het stof heen kijken en de sterren zien ontstaan die zich binnenin vormen.
Comments
No comments yet. Be the first to share a thought.
Leave a comment