Een prothese vervangt een ontbrekend lichaamsdeel. De meeste protheses zijn ledematen: armen, handen, benen, voeten. Sommige zijn cosmetisch. Andere zijn functioneel, ontworpen om beweging en zelfstandigheid te herstellen. Het vakgebied bevindt zich op het snijvlak van geneeskunde, werktuigbouwkunde en robotica.
Lichaamsaangedreven protheses maken gebruik van kabels en harnassen. De schouder of het resterende ledemaat van de gebruiker trekt aan een kabel om een haak te openen of een elleboog te buigen. Ze zijn duurzaam en licht van gewicht. Myo-elektrische protheses gebruiken elektroden op de huid om spiersignalen te meten. Het signaal stuurt een motor in de prothesehand aan. Microprocessorgestuurde knieën gebruiken sensoren om de demping in realtime aan te passen, waardoor gebruikers natuurlijker de trap af kunnen lopen.
Prothesetypen
- Passief: cosmetisch, geen bewegende onderdelen.
- Lichaamsaangedreven: kabels en kabelboom, door de gebruiker bediend.
- Myo-elektrisch: door spiersignalen aangestuurd, gemotoriseerd.
- Microprocessor: sensorgestuurd, adaptief.
- Osseointegratie: rechtstreeks aan het bot bevestigd.
De uitdagingen liggen in comfort, controle en feedback. Een prothese moet precies passen, anders veroorzaakt het pijn en huidbeschadiging. De controle wordt beperkt door het aantal beschikbare spiersignalen. Feedback is vrijwel afwezig. Een gebruiker kan niet voelen wat de prothesehand aanraakt. Onderzoek is erop gericht dit op te lossen met gerichte spierre-innervatie, waarbij zenuwen worden omgeleid om meer controlesignalen te leveren, en met sensorische feedback die zenuwen stimuleert om tastgevoelens te creëren. Geavanceerde protheses zijn duur en niet voor iedereen beschikbaar. Maar voor veel gebruikers is een goede prothese een ware transformatie. Het herstelt functies die de meeste mensen als vanzelfsprekend beschouwen.
Comments (2)
Leave a comment