Het woord 'drug' omvat een breed scala aan begrippen. Aspirine, heroïne, insuline, cafeïne en penicilline zijn allemaal drugs. Dat geldt volgens sommige definities ook voor alcohol. In essentie is een drug een chemische stof die de werking van het lichaam verandert. In de geneeskunde verwijst de term meestal naar een stof die wordt gebruikt om ziekten te behandelen, te genezen of te voorkomen, maar hetzelfde molecuul kan in de ene context een medicijn zijn en in een andere context een verslavende stof.
Geneesmiddelen zijn afkomstig uit vele bronnen. Sommige worden gewonnen uit planten, zoals morfine uit papavers en digoxine uit vingerhoedskruid. Sommige worden gemaakt door bacteriën of schimmels, zoals penicilline. Sommige worden gesynthetiseerd in laboratoria, zoals de meeste moderne geneesmiddelen. Sommige worden geproduceerd door levende cellen, zoals monoklonale antilichamen. De grens tussen een geneesmiddel en een biologisch product is regelgevend, niet chemisch. Beide worden gebruikt om ziekten te behandelen, maar ze doorlopen verschillende goedkeuringsprocedures.
Wat definieert een geneesmiddel?
- Biologisch effect. Het verandert een fysiologisch proces.
- Dosering afhankelijk. Het effect varieert met de ingenomen hoeveelheid.
- Beoogd gebruik. Medisch, recreatief of beide.
- Regulering. De meeste landen reguleren de verkoop en het gebruik van drugs.
Geneesmiddelen op recept vereisen een voorschrift van een arts. Geneesmiddelen die zonder recept verkrijgbaar zijn, vereisen dat niet. Illegale drugs zijn gereguleerde stoffen, vaak vanwege het risico op misbruik of het ontbreken van een erkend medisch gebruik.
Comments
No comments yet. Be the first to share a thought.
Leave a comment