Elk organisme dat met de oceaanstromingen meedrijft en er niet tegenin kan zwemmen, wordt plankton genoemd. Deze categorie omvat bacteriën, archaea, fytoplankton, zoöplankton en de larvenstadia van veel grotere dieren. De grootteklassen variëren van virussen tot kwallen van enkele meters groot.
Plankton vormt de basis van mariene voedselketens en is de drijvende kracht achter belangrijke biogeochemische cycli. Fytoplankton produceert organisch materiaal; zoöplankton graast hierop en draagt energie over aan vissen en andere consumenten. De dagelijkse verticale migraties van zoöplankton vormen, gemeten naar biomassa, een van de grootste dierlijke bewegingen op aarde.
Het bemonsteren van plankton gebeurt traditioneel met netten en flessen; optische en akoestische sensoren en methoden voor omgevings-DNA vergroten de mogelijkheden voor observatie. Planktongemeenschappen reageren snel op veranderingen in temperatuur, voedingsstoffen en predatie, waardoor ze gevoelige indicatoren zijn voor milieuveranderingen. Hun verspreiding en seizoenscycli worden in veel regio's beïnvloed door opwarming en verzuring van de oceanen.
Een liter oppervlaktewater kan miljoenen individuele planktonorganismen bevatten.
Comments
No comments yet. Be the first to share a thought.
Leave a comment