Een cirkel is de verzameling van alle punten in een vlak die even ver van een vast middelpunt verwijderd zijn. Die afstand is de straal. De cirkel zelf is de kromme; het gebied binnenin is de schijf. Dit onderscheid is belangrijk in de meetkunde, hoewel het in het dagelijks spraakgebruik vaak vervaagt.
Cirkels fascineren wiskundigen al millennia. De verhouding tussen omtrek en diameter is pi, een irrationaal getal van ongeveer 3,14159. De oppervlakte is pi maal de straal in het kwadraat. Deze twee formules komen in bijna elke meetkundeles en in talloze technische berekeningen voor.
Cirkels komen voor in wielen, tandwielen, banen, rimpelingen en wijzerplaten. Ze hebben perfecte symmetrie: elke diameter is een symmetrielijn en elke rotatie om het middelpunt beeldt de cirkel op zichzelf af. In de analytische meetkunde beschrijft de vergelijking (x − h)² + (y − k)² = r² een cirkel met middelpunt (h, k) en straal r. Eenvoudig te definiëren, eindeloos bruikbaar.
- Een verzameling punten die even ver van een middelpunt verwijderd zijn.
- De straal is de afstand van het middelpunt tot de rand.
- Omtrek = 2πr; oppervlakte = πr²
- Perfecte rotatiesymmetrie
Comments
No comments yet. Be the first to share a thought.
Leave a comment