Een ijskap is een koepelvormige ijsmassa die een landgebied bedekt. Hij is kleiner dan een ijskap. IJskappen spreiden zich vanuit een centraal hoog punt uit en bedekken het onderliggende terrein. Ze ontstaan in poolgebieden en hooggelegen streken waar het hele jaar door sneeuw valt die in de zomer niet volledig smelt.
IJskappen bewegen. De zwaartekracht trekt het ijs naar buiten en het gewicht van de bovenliggende sneeuwlaag drukt de onderliggende lagen samen. Het ijs stroomt langzaam, een paar meter per jaar, en vormt daarbij het landschap. Smeltwater aan de randen voedt rivieren en beken. Sommige ijskappen rusten op vulkanisch gesteente en kunnen erupties veroorzaken wanneer de druk erboven verandert.
De meeste ijskappen krimpen. Door de stijgende temperaturen smelt er in de zomer meer sneeuw dan er in de winter bijkomt. De Vatnajökull in IJsland, een van de grootste ijskappen van Europa, verliest massa. De Quelccaya-ijskap in Peru is dramatisch gekrompen. Dit verlies heeft gevolgen voor de watervoorziening, de zeespiegel en de lokale ecosystemen. IJskappen zijn gevoelige indicatoren voor klimaatverandering.
Belangrijkste kenmerken
- Koepelvorm
- Stroomt vanuit het centrum naar buiten
- Kleiner dan ijsplaten
- Temperatuurgevoelig
- Voedt smeltwaterrivieren
Comments
No comments yet. Be the first to share a thought.
Leave a comment