Chemische energie is energie die is opgeslagen in de bindingen die atomen in verbindingen bij elkaar houden. Het is niet zichtbaar, maar potentiële energie. Wanneer die bindingen breken en nieuwe bindingen ontstaan, komt er energie vrij of wordt er energie opgenomen. Bij de verbranding van benzine, de vertering van voedsel en het ontladen van een batterij komt allemaal chemische energie vrij.
De hoeveelheid energie hangt af van de stof. Een kilogram benzine bevat ongeveer 44 megajoule. Een kilogram lithium-ionbatterij slaat veel minder op, ruwweg 0,3 tot 0,7 megajoule. Dat verschil verklaart waarom vloeibare brandstoffen de transportsector domineren en waarom batterijen zwaar zijn in verhouding tot de energie die ze opslaan.
Chemische energie is essentieel voor het leven en de industrie. Planten vangen zonlicht op en slaan het op in suikers. Dieren eten planten en geven de energie vrij via hun ademhaling. Energiecentrales verbranden steenkool of gas om chemische energie om te zetten in warmte, en vervolgens in elektriciteit. In deze keten van omzettingen gaat altijd energie verloren als restwarmte, waardoor het rendement nooit 100 procent bereikt.
Veelvoorkomende voorbeelden
- Fossiele brandstoffen
- Batterijen
- Voedsel en biomassa
- Explosieven
- Waterstof
Comments
No comments yet. Be the first to share a thought.
Leave a comment