Een stukje regenwoud kan meer soorten herbergen dan een heel continent aan gematigd bos. Die verscheidenheid aan leven, van genen tot ecosystemen, noemen we biodiversiteit. Het omvat het aantal soorten op een bepaalde plek, de genetische variatie binnen elke soort, en de verscheidenheid aan habitats en ecologische processen die ze vormen. De term raakte in de jaren 80 wijdverbreid toen wetenschappers en natuurbeschermers op zoek gingen naar een manier om de rijkdom te beschrijven die aan het verdwijnen was.
Biodiversiteit is niet gelijkmatig verdeeld. Tropische regenwouden, koraalriffen en grote meren herbergen buitengewone concentraties soorten. Deze hotspots beslaan slechts een klein deel van het aardoppervlak, maar bevatten het grootste deel van de landsoorten. Biodiversiteit is om praktische redenen belangrijk. Genetische variatie helpt gewassen resistent te zijn tegen ziekten. Diverse ecosystemen filteren water, bestuiven planten en slaan koolstof op. Wanneer soorten verdwijnen, verzwakken deze diensten. Het huidige uitstervingspercentage ligt ver boven het natuurlijke achtergrondpercentage, veroorzaakt door habitatverlies, klimaatverandering, vervuiling en overbevissing.
Biodiversiteitsniveaus
- Genetische diversiteit binnen een soort.
- Soortendiversiteit in een gemeenschap.
- Ecologische diversiteit in een landschap.
- Functionele diversiteit in ecologische rollen.
Het beschermen van biodiversiteit gaat niet alleen over het redden van charismatische dieren. Het gaat erom de systemen die het menselijk leven ondersteunen intact te houden.
Comments
No comments yet. Be the first to share a thought.
Leave a comment