EN - FR - DE - ES - IT - PT -

LexiconDream

🎯 Monoklonaal antilichaam

Identieke antilichamen uit één cellijn voor gerichte therapie.

Monoklonaal antilichaam

In 1975 ontwikkelden Georges Köhler en César Milstein een techniek om identieke antilichamen te produceren uit één enkele cellijn. Ze fuseerden een antilichaamproducerende B-cel met een myeloomcel, waardoor een hybridoma ontstond dat zich onbeperkt kon delen en één enkel antilichaam kon produceren. Monoklonale antilichamen waren geboren. De ontdekking leverde hen in 1984 de Nobelprijs op.

Een monoklonaal antilichaam bindt zich aan één specifiek doelwit, een zogenaamd epitoop. Die specificiteit maakt ze tot krachtige geneesmiddelen. Ze kunnen een eiwit blokkeren dat kanker veroorzaakt, een kankercel markeren voor vernietiging door het immuunsysteem of een virus neutraliseren. Ze kunnen ook een geneesmiddel rechtstreeks naar een doelcel brengen. Het eerste therapeutische monoklonale antilichaam, muromonab, werd in 1986 goedgekeurd. Sindsdien zijn er honderden goedgekeurd voor de behandeling van kanker, auto-immuunziekten, infectieziekten en migraine.

Monoklonale antilichamen worden geproduceerd in celculturen van zoogdieren, meestal Chinese hamsterovariumcellen. Dit proces is duur en complex. De antilichamen moeten uit de kweekvloeistof worden gezuiverd en getest op werkzaamheid, zuiverheid en veiligheid. Ze worden meestal toegediend via intraveneuze infusie of subcutane injectie, omdat ze zouden worden verteerd als ze zouden worden ingeslikt.

De namen van monoklonale antilichamen onthullen hun oorsprong. Menselijke antilichamen eindigen op -umab. Gehumaniseerde antilichamen eindigen op -zumab. Chimerische antilichamen eindigen op -ximab. Het achtervoegsel is niet zomaar een label. Het geeft aan hoeveel van het molecuul menselijk is en hoe groot de kans is dat het een immuunreactie opwekt.

Comments

No comments yet. Be the first to share a thought.

Leave a comment