Een genetisch gemodificeerd organisme, of GGO, is een organisme waarvan het genetisch materiaal is veranderd met behulp van biotechnologie. De verandering kan bestaan uit het toevoegen van een gen van een andere soort, het verwijderen van een gen of het wijzigen van de regulatie van een gen. Het eerste GGO was een bacterie die in 1973 werd gecreëerd. Het eerste genetisch gemodificeerde gewas, een tomaat met vertraagde rijping, werd in 1994 goedgekeurd. Sindsdien hebben genetisch gemodificeerde gewassen zich wereldwijd verspreid over meer dan 190 miljoen hectare.
De meest voorkomende genetisch gemodificeerde gewassen zijn maïs, soja, katoen en koolzaad, die zijn ontwikkeld voor resistentie tegen insecten of tolerantie voor herbiciden. De insectenresistente eigenschappen zijn afkomstig van Bacillus thuringiensis, een bodembacterie die een eiwit produceert dat giftig is voor bepaalde insecten, maar onschadelijk voor mensen. Herbicidetolerante gewassen stellen boeren in staat om onkruidverdelgers te spuiten zonder het gewas te beschadigen. Andere genetisch gemodificeerde gewassen hebben een verbeterde voedingswaarde, zoals gouden rijst met bètacaroteen, of zijn resistent tegen droogte en ziekten.
GGO's zijn controversieel. Wetenschappelijke consensus, gesteund door de Wereldgezondheidsorganisatie en de National Academies of Sciences, stelt dat goedgekeurde genetisch gemodificeerde voedingsmiddelen veilig zijn om te eten. Maar er blijven zorgen bestaan bij het publiek, vooral in Europa, waar etikettering verplicht is en de teelt beperkt is. Het debat raakt wetenschap, economie en waarden. Het gaat niet alleen om de technologie.
GGO's worden ook in de geneeskunde gebruikt. Insuline, groeihormoon en monoklonale antilichamen worden geproduceerd door genetisch gemodificeerde cellen. Dezelfde technologie die een plant resistent maakt tegen plagen, levert ook een levensreddend medicijn op.
Comments
No comments yet. Be the first to share a thought.
Leave a comment