In 1998 maten twee teams van astronomen de expansie van het heelal. Ze verwachtten dat die zou afnemen. In plaats daarvan ontdekten ze dat die juist versnelde. Iets duwde sterrenstelsels uit elkaar. Dat 'iets' noemen we donkere energie.
Donkere energie beslaat ongeveer 68 procent van het universum. Het is geen materie. Het klontert niet samen en vormt geen clusters. Het lijkt een eigenschap van de ruimte zelf te zijn, een afstotende kracht die de zwaartekracht tegenwerkt. De eenvoudigste verklaring is de kosmologische constante, een term die Einstein aan zijn vergelijkingen toevoegde en later zijn grootste blunder noemde. Nu blijkt dat hij gelijk had.
Het bewijs hiervoor komt van supernova's, de kosmische microgolfachtergrondstraling en de grootschalige verdeling van sterrenstelsels. Alle drie wijzen ze op dezelfde conclusie: het heelal versnelt. De ontdekking leverde in 2011 de Nobelprijs voor de Natuurkunde op.
Wat donkere energie precies is, blijft onbekend. Het zou een constante kunnen zijn. Het zou in de loop van de tijd kunnen variëren. Het zou een teken kunnen zijn dat de algemene relativiteitstheorie aanpassing behoeft. De antwoorden zullen bepalend zijn voor ons begrip van het lot van het universum.
Comments
No comments yet. Be the first to share a thought.
Leave a comment