De James-Lange-theorie over emotie stelt dat de ervaring van emotie het bewustzijn is van fysiologische reacties op een emotie-opwekkende prikkel. We voelen angst omdat we trillen; we voelen verdriet omdat we huilen.
William James en Carl Lange opperden dit idee onafhankelijk van elkaar aan het einde van de negentiende eeuw. Het keerde de gangbare volgorde om, waarin gevoel eerst komt en lichamelijke expressie volgt. Volgens de theorie zijn verschillende emoties verbonden met verschillende patronen van lichamelijke veranderingen, en de waarneming van die veranderingen vormt de emotie. Zonder de lichamelijke feedback, zo impliceert de theorie, zou de emotionele ervaring zwak of afwezig zijn.
Critici, waaronder Walter Cannon, betoogden dat lichamelijke veranderingen bij verschillende emoties te veel op elkaar lijken en te traag verlopen om de snelheid van gevoelens te verklaren. Later onderzoek heeft aangetoond dat feedback vanuit het lichaam wel degelijk invloed heeft op de emotionele ervaring – zowel gezichtsuitdrukkingen als interoceptieve waarneming zijn van belang – maar dat cognitie en beoordeling ook een grote rol spelen. Hedendaagse theorieën beschouwen het inzicht van James en Lange vaak als één onderdeel van een complexer proces.
De blijvende bijdrage van de theorie is de stelling dat het lichaam niet slechts het toneel is waarop emoties worden getoond; het is onderdeel van de emotie zelf.
Comments
No comments yet. Be the first to share a thought.
Leave a comment