Soevereine staten kunnen zich soms verenigen in een losse unie die hun onafhankelijkheid behoudt, terwijl er tegelijkertijd beperkte gemeenschappelijke instellingen worden gecreëerd. Zo'n constructie wordt een confederatie genoemd. Centraal gezag bestaat alleen door delegatie en kan doorgaans worden ingetrokken.
Historische voorbeelden zijn de periode van de Artikelen van de Confederatie in de vroege Verenigde Staten en de Zwitserse confederatie voordat deze zich ontwikkelde tot een federatie. Lidstaten behouden het recht om centrale beslissingen te negeren of zich terug te trekken. Besluitvorming op centraal niveau vereist vaak unanimiteit of een gekwalificeerde meerderheid, wat tot een patstelling kan leiden.
Confederaties ontstaan doorgaans voor wederzijdse verdediging of economische coördinatie en vallen uiteen of vormen zich tot federaties wanneer de losse structuur ontoereikend blijkt. De Europese Unie vertoont naast meer geïntegreerde kenmerken ook enkele confederale eigenschappen. Het belangrijkste verschil met een federatie is de resterende soevereiniteit van de lidstaten en de zwakte van directe centrale autoriteit over individuen.
De centrale organen van een confederatie oefenen meer invloed uit op de staten dan op de burgers.
Comments (2)
Leave a comment