Schaal verwijst naar de grootte van een element ten opzichte van andere elementen of het menselijk lichaam. Een poster aan de muur, een telefoon in een hand, een kop naast een hoofdtekst. Schaal creëert hiërarchie, drama en context. Een klein object naast een enorm object trekt de aandacht naar beide. Een kaart op schaal 1:100.000 toont een regio. Dezelfde kaart op schaal 1:10.000 toont een buurt. Het veranderen van de schaal verandert wat je ziet.
Ontwerpers gebruiken schaal bewust. In typografie bepaalt een modulaire schaal de lettergroottes in een vaste verhouding, zodat koppen en hoofdtekst zich op een voorspelbare manier tot elkaar verhouden. In de lay-out bepaalt de schaal hoeveel ruimte een afbeelding inneemt. In productontwerp bepaalt de schaal of een gereedschap comfortabel in de hand ligt. Onverwachte schaal kan verrassen. Een gigantische stoel op een openbaar plein trekt de aandacht. Een miniatuurboek in een vitrine doet hetzelfde.
Soorten schalen
- Relatief: het ene element vergeleken met het andere.
- Absoluut: een vaste meeteenheid, zoals millimeters.
- Menselijk: qua formaat aangepast aan het lichaam, zoals een deurklink.
- Kaartschaal: verhouding tussen de afstand op de kaart en de werkelijke afstand.
Schaal is niet hetzelfde als grootte. Grootte is een meting. Schaal is een verhouding. Een kleine kamer kan groter aanvoelen als de meubels kleiner zijn uitgevoerd.
Comments
No comments yet. Be the first to share a thought.
Leave a comment