In 1973 animeerde een computer een hand in Westworld. In 1993 animeerde hij dinosaurussen in Jurassic Park. In 1995 animeerde hij een complete speelfilm in Toy Story. Computergegenereerde beelden, of CGI, hebben de filmwereld getransformeerd. Het creëert beelden volledig met software, van personages en omgevingen tot effecten die in de praktijk onmogelijk, gevaarlijk of duur zouden zijn om te filmen. Het wordt nu in bijna elke film gebruikt, vaak op manieren die het publiek niet eens opmerkt.
CGI omvat een breed scala aan toepassingen. Het creëert fotorealistische wezens, zoals de dinosaurussen in Jurassic Park of de Na'vi in Avatar. Het creëert digitale omgevingen, zoals de steden in Blade Runner 2049. Het creëert effecten zoals explosies, vuur en water. Het verwijdert ongewenste objecten, zoals kabels, constructies en moderne gebouwen in historische films. Het verjongt acteurs, wekt dode acteurs weer tot leven en creëert digitale dubbelgangers voor stunts. Het is een instrument met oneindige mogelijkheden en oneindige kosten.
CGI is geen vervanging voor een goed verhaal. Een film met verbluffende effecten maar een zwak script faalt nog steeds. De beste CGI dient het verhaal. Het creëert een wereld die realistisch genoeg aanvoelt om in te geloven. Het gaat op in de film. Wanneer dat niet het geval is, wordt het een afleiding. De 'uncanny valley', waar een digitaal mens er bijna, maar net niet helemaal echt uitziet, blijft een hardnekkig probleem. De technologie wordt steeds beter. Het oordeel over wanneer je die moet gebruiken, blijft echter achter.
Comments
No comments yet. Be the first to share a thought.
Leave a comment