Water is het meest voorkomende oplosmiddel. Het lost meer stoffen op dan elke andere vloeistof, daarom wordt het ook wel het universele oplosmiddel genoemd. Een oplosmiddel is de stof waarin een opgeloste stof wordt opgelost om een oplossing te vormen. Het is meestal de stof die in de grootste hoeveelheid aanwezig is. In zeewater is water het oplosmiddel. In ethanol-watermengsels is de stof die in de grootste hoeveelheid aanwezig is het oplosmiddel. Het onderscheid kan willekeurig zijn wanneer de hoeveelheden vergelijkbaar zijn.
Oplosmiddelen worden ingedeeld als polair of apolair. Polaire oplosmiddelen, zoals water, ethanol en aceton, hebben gedeeltelijke ladingen waardoor ze ionische en polaire stoffen kunnen oplossen. Apolaire oplosmiddelen, zoals hexaan, benzeen en chloroform, lossen apolaire stoffen op. De regel 'soort zoekt soort' is hier van toepassing. De keuze van het oplosmiddel bepaalt wat er opgelost kan worden en hoe de oplossing zich gedraagt.
Oplosmiddelen worden in veel industrieën gebruikt. Ze lossen reactanten op voor chemische synthese. Ze extraheren verbindingen uit natuurlijke producten. Ze reinigen oppervlakken, lossen verf op en verdunnen formuleringen. Ze worden gebruikt in de farmaceutische industrie, cosmetica, drukwerk en productie. Sommige oplosmiddelen zijn gevaarlijk. Organische oplosmiddelen zoals benzeen en tetrachloorkoolstof zijn giftig en kankerverwekkend. Groene chemie streeft ernaar deze te vervangen door veiligere alternatieven.
Water is het meest milieuvriendelijke oplosmiddel. Het is niet giftig, overvloedig aanwezig en goedkoop. Maar het lost niet alles op. Soms is een apolair oplosmiddel nodig. De uitdaging is om het juiste oplosmiddel voor de klus te kiezen en tegelijkertijd de impact op het milieu en de gezondheid te minimaliseren.
Comments (2)
Leave a comment