Het misinformatie-effect treedt op wanneer misleidende informatie die na een gebeurtenis wordt gepresenteerd, in iemands herinnering aan die gebeurtenis wordt opgenomen. De oorspronkelijke herinnering wordt door de latere informatie gewijzigd of aangevuld.
Elizabeth Loftus en haar collega's toonden het fenomeen aan in een reeks experimenten. Deelnemers die een film van een verkeersongeluk bekeken en later vragen kregen met onjuiste details – zoals een voorrangsbord in plaats van een stopbord – namen die details vaak over in hun latere verslagen. Het effect is sterker wanneer de misleidende informatie subtiel is, afkomstig is van een geloofwaardige bron of wanneer er tijd is verstreken sinds het oorspronkelijke incident.
De bevindingen hebben grote implicaties voor ooggetuigenverklaringen. Het geheugen is geen statische weergave; het is reconstructief en vatbaar voor beïnvloeding. Interviewtechnieken die suggestieve vragen vermijden en die de eigen herinnering van de getuige scheiden van externe suggesties, helpen de invloed van misinformatie te verminderen. Het misinformatie-effect treedt ook op in alledaagse situaties, wanneer gesprekken of mediaberichten de perceptie van mensen over wat ze hebben meegemaakt, vervormen.
Wat we ons herinneren is deels wat er gebeurde en deels wat ons achteraf werd verteld.
Comments
No comments yet. Be the first to share a thought.
Leave a comment