Antilichamen zijn eiwitten die het immuunsysteem gebruikt om vreemde indringers te herkennen en te neutraliseren. Een monoklonaal antilichaam is een in het laboratorium gemaakte kopie van een enkel antilichaam, geproduceerd door identieke immuuncellen die allemaal klonen zijn van één moedercel. Dat betekent dat elk molecuul hetzelfde is en zich richt op hetzelfde specifieke epitoop. Deze precisie maakt ze tot krachtige instrumenten voor de behandeling van kanker, auto-immuunziekten en infectieziekten.
De technologie dateert uit de jaren 70, toen onderzoekers een antilichaamproducerende cel fuseerden met een myeloomcel om een hybridoma te creëren dat onbeperkt kon groeien en één enkel antilichaam kon produceren. Sindsdien is het vakgebied overgestapt op recombinant-DNA-methoden, waarmee wetenschappers antilichamen kunnen ontwikkelen met menselijke, muizen- of chimere sequenties. Gehumaniseerde antilichamen verminderen het risico op immuunreacties tegen het geneesmiddel zelf. Monoklonale antilichamen kunnen een receptor blokkeren, een virus neutraliseren, een geneesmiddel afleveren of immuuncellen rekruteren om een doelwit te doden. Ze worden meestal toegediend via infusie of injectie, omdat ze in het spijsverteringskanaal zouden worden afgebroken.
Voorbeelden zijn:
- Trastuzumab. Richt zich op HER2-positieve borstkanker.
- Rituximab. Richt zich op CD20 op B-cellen voor lymfomen en auto-immuunziekten.
- Adalimumab. Richt zich op TNF voor de behandeling van reumatoïde artritis en de ziekte van Crohn.
- Pembrolizumab. Richt zich op PD-1 om de immuunreactie tegen kanker te versterken.
Er zijn nu biosimilars van verschillende monoklonale antilichamen beschikbaar, waardoor de prijzen van sommige behandelingen dalen.
Comments
No comments yet. Be the first to share a thought.
Leave a comment