Bij astma vernauwen de luchtwegen. De spieren rond de bronchiën trekken samen, het slijmvlies zwelt op en slijm verstopt de luchtwegen. Uitademen wordt daardoor een zware inspanning. Bronchodilatoren ontspannen deze spieren, waardoor de luchtwegen binnen enkele minuten weer opengaan. Het zijn noodmedicijnen, geen medicijnen die de aandoening onder controle houden. Ze behandelen de onderliggende ontsteking niet.
De belangrijkste typen zijn bèta-2-agonisten en anticholinergica. Kortwerkende bèta-2-agonisten zoals albuterol werken binnen enkele minuten en houden vier tot zes uur aan. Dit is de klassieke noodinhalator. Langwerkende bèta-2-agonisten zoals salmeterol werken twaalf uur of langer en worden gebruikt voor onderhoudsbehandeling, altijd in combinatie met een inhalatiecorticosteroïde voor astma. Anticholinergica zoals ipratropium blokkeren een ander mechanisme en worden vaak gebruikt bij COPD. Theofylline, een ouder oraal bronchusverwijderend middel, wordt tegenwoordig zelden gebruikt vanwege de smalle therapeutische breedte.
Praktische tips:
- Redding vs. controller. Bronchodilatoren verlichten de symptomen; inhalatiestéroïden verminderen ze na verloop van tijd.
- Techniek. De inhalatietechniek is net zo belangrijk als het medicijn zelf. Een voorzetstuk kan helpen.
- Overmatig gebruik. Als u meer dan twee keer per week een noodinhalator nodig heeft, wijst dit op een slechte controle.
- Bijwerkingen. Tremor, een snelle hartslag en hoofdpijn komen vaak voor bij bèta-2-agonisten.
Bij een acute aanval worden bronchodilatatoren via een vernevelaar toegediend voor een snellere werking.
Comments
No comments yet. Be the first to share a thought.
Leave a comment