Armoede is niet alleen een laag bedrag op een bankafschrift. Het betekent ook maaltijden overslaan, moeten kiezen tussen medicijnen en huur, en toezien hoe je kinderen achterop raken omdat de school te weinig geld heeft. Economen meten armoede in absolute en relatieve termen. Absolute armoede betekent dat je onder een vastgestelde drempel leeft, zoals de $2,15 per dag van de Wereldbank. Relatieve armoede betekent dat je veel minder verdient dan het mediane inkomen in je eigen samenleving.
Het onderscheid is belangrijk. Iemand op het platteland van India die van 2 dollar per dag leeft, staat voor andere uitdagingen dan een laagbetaalde werknemer in Detroit. Beiden zijn arm, maar de aard van hun armoede verschilt. Absolute armoede is de afgelopen vijftig jaar drastisch gedaald, met name door de groei in China en India. Relatieve armoede blijkt hardnekkiger, zelfs in rijke landen.
Armoedevallen bestaan. Een gezin dat zich geen vervoer kan veroorloven, kan geen beter betaalde banen vinden. Een kind dat zich geen bril kan veroorloven, kan niet leren lezen. Een boer zonder krediet kan geen beter zaad kopen. Het doorbreken van deze vallen vereist meer dan één beleid. Onderwijs, gezondheidszorg, infrastructuur en financiële steun spelen allemaal een rol. Geen enkel land heeft armoede volledig uitgebannen, maar sommige landen zijn er dichterbij gekomen dan andere.
Armoedemaatregelen
- Absolute armoedegrens
- Relatieve armoedegrens
- Multidimensionale armoede-index
- Gini-coëfficiënt
- Menselijke ontwikkelingsindex
Comments (2)
Leave a comment