Bij pottenbakken wordt klei gevormd tot vaten en voorwerpen, die vervolgens worden gebakken om de vorm permanent te maken. De klei kan bestaan uit aardewerk, steengoed of porselein. Elk materiaal rijpt bij een andere temperatuur en gedraagt zich anders op de draaischijf of in de hand. Aardewerk is poreus en wordt op lage temperatuur gebakken. Steengoed is dicht en duurzaam. Porselein is wit, doorschijnend en moeilijk te draaien omdat het gemakkelijk inzakt.
Handvormen omvat technieken zoals knijppotten, rolvormen en plaatvormen. Draaien op de draaischijf maakt het mogelijk om sneller ronde, symmetrische vormen te creëren zodra de pottenbakker de vaardigheid beheerst. Na het vormen droogt het werkstuk tot het leerhard is, wordt het bijgesneden en vervolgens volledig droog tot het kurkdroog is. De eerste bakbeurt, het biscuitbakken, verhardt de klei. Daarna wordt het glazuur aangebracht. De tweede bakbeurt, het glazuurbakken, smelt de glaslaag op het oppervlak.
Belangrijkste kleisoorten
- Aardewerk — gebakken op lage temperatuur, poreus, warme kleuren, geschikt voor decoratief werk
- Steengoed — middelhoge tot hoge temperatuur, duurzaam, geschikt voor dagelijks gebruik
- Porselein — gebakken op hoge temperatuur, wit, doorschijnend, veeleisend om mee te werken.
Ovens werken op elektriciteit, gas of hout. Bij het stoken op hout ontstaan as- en vlamsporen die met geen enkel glazuur te imiteren zijn. Die oppervlakken zijn onvoorspelbaar, en juist daarom zijn sommige pottenbakkers er zo op gebrand.
Comments
No comments yet. Be the first to share a thought.
Leave a comment