Magie verwijst naar rituele praktijken die bedoeld zijn om gebeurtenissen te beïnvloeden door bovennatuurlijke middelen. Het verschilt van religie in de nadruk die het legt, niet in de aard ervan. Waar religie vaak draait om aanbidding en smeekbeden, is magie doorgaans instrumenteel: een specifieke handeling die wordt uitgevoerd om een specifiek resultaat te bereiken. Een boer begraaft een steen in een veld om een goede oogst te verzekeren. Een geliefde draagt een amulet. Een genezer spreekt woorden uit over een wond.
James Frazer verdeelde magie in twee typen in zijn boek The Golden Bough. Imitatieve magie werkt volgens het principe dat gelijksoortige dingen gelijksoortige energie voortbrengen: een pop doorboren om een vijand te schaden. Besmettelijke magie stelt dat dingen die eenmaal met elkaar in contact zijn geweest, met elkaar verbonden blijven: een plukje haar van iemand verbranden om die persoon te beïnvloeden. Beide principes komen voor in culturen over de hele wereld, hoewel Frazers evolutionaire benadering sindsdien is bekritiseerd.
Waar magie verschijnt
- Genezing en bescherming tegen kwaad.
- Liefde, vruchtbaarheid en huwelijksvooruitzichten.
- Succesvol jagen en vissen.
- Landbouw, weer en veilig reizen.
Magie staat zelden op zichzelf. Meestal werkt het samen met praktische handelingen, niet in plaats daarvan. Een visser repareert zijn net en praat tegelijkertijd met de zee.
Comments
No comments yet. Be the first to share a thought.
Leave a comment