Gedurende een bepaalde periode onthoudt een gelovige zich van voedsel, of van bepaalde voedingsmiddelen, als een daad van toewijding. Die praktijk heet vasten. Het komt voor in vrijwel elke belangrijke religieuze traditie.
Motivaties variëren van berouw en zuivering tot solidariteit met de armen, voorbereiding op openbaring en training in zelfbeheersing. De islamitische Ramadan, de christelijke vastentijd, de joodse Jom Kippur en de hindoeïstische en boeddhistische vastendagen illustreren deze diversiteit. Regels specificeren wat verboden is, wanneer het vasten begint en eindigt, en wie is vrijgesteld.
De fysieke gevolgen zijn reëel; tradities adviseren daarom voorzichtigheid en maken uitzonderingen voor zieken, zwangere vrouwen en jonge kinderen. De spirituele intentie onderscheidt religieus vasten van diëten of politieke hongerstakingen. Velen melden een verhoogde helderheid van geest of een grotere afhankelijkheid van God tijdens het vasten. De eerste maaltijd na afloop gaat vaak gepaard met een gevoel van dankbaarheid en feestelijkheid.
Vasten traint het lichaam om de doelen van de geest te dienen.
Comments
No comments yet. Be the first to share a thought.
Leave a comment