Nanogeneeskunde past nanotechnologie toe in de geneeskunde, meestal op schalen tussen 1 en 100 nanometer. Op die schaal gedragen materialen zich anders. Ze hebben een groter oppervlak, kunnen biologische barrières passeren en kunnen zo worden ontworpen dat ze medicijnen, beeldvormende middelen of genetisch materiaal transporteren. Het vakgebied is nog jong, maar verschillende nanogeneesmiddelen worden al klinisch gebruikt.
Het meest succesvolle voorbeeld is het liposoom, een klein lipidebolletje dat een geneesmiddel kan inkapselen en beschermen tegen afbraak. Doxil, een liposomale formulatie van doxorubicine, vermindert de toxiciteit voor het hart van het vrije geneesmiddel. Andere nanodeeltjes gebruiken polymeren, metalen of eiwitten als dragers. Ze kunnen worden gecoat met doelgerichte moleculen die zich binden aan specifieke cellen, waardoor geneesmiddelen zich kunnen ophopen in tumoren of ontstoken weefsel. Gouden nanodeeltjes en ijzeroxide-nanodeeltjes worden gebruikt bij beeldvorming en thermische therapie. mRNA-vaccins tegen COVID-19 gebruiken lipide-nanodeeltjes om genetisch materiaal in cellen te brengen.
Wat nanogeneeskunde te bieden heeft:
- Gerichte toediening. Geneesmiddelen kunnen naar specifieke weefsels worden geleid.
- Verbeterde oplosbaarheid. Nanodeeltjes kunnen slecht oplosbare geneesmiddelen transporteren.
- Gecontroleerde afgifte. Het geneesmiddel kan over uren, dagen of weken worden afgegeven.
- Beeldvorming en therapie. Sommige nanodeeltjes kunnen beide tegelijk doen.
Er blijven uitdagingen bestaan, waaronder productie op grote schaal, veiligheid op lange termijn en regelgeving die niet is ontworpen voor producten op nanoschaal.
Comments
No comments yet. Be the first to share a thought.
Leave a comment