Biodiversiteit is de verscheidenheid aan leven op aarde. Het omvat genen, soorten en ecosystemen. Een regenwoud met duizenden soorten heeft een hoge biodiversiteit. Een akker met monocultuur heeft een lage biodiversiteit. De term beschrijft niet alleen hoeveel soorten er bestaan, maar ook hoe verschillend ze zijn en hoe ze met elkaar interageren.
Waarom dit belangrijk is, is eenvoudig. Diverse ecosystemen zijn stabieler. Als één soort achteruitgaat, kunnen andere soorten het gat opvullen. Diverse genenpoelen helpen gewassen en vee om ziekten en klimaatveranderingen te overleven. Geneesmiddelen zijn vaak afkomstig van wilde planten en schimmels. Een kwart van de moderne geneesmiddelen vindt zijn oorsprong in de natuur.
De biodiversiteit neemt snel af. De Living Planet Index laat zien dat de populaties wilde dieren sinds 1970 gemiddeld met 69 procent zijn gedaald. Verlies van leefgebied is de belangrijkste oorzaak, gevolgd door overexploitatie, vervuiling en klimaatverandering. Het uitstervingspercentage ligt tientallen tot honderden keren hoger dan het natuurlijke achtergrondpercentage. Het beschermen van de resterende leefgebieden is de meest effectieve reactie.
Biodiversiteitsniveaus
- Genetische diversiteit
- Soortendiversiteit
- Ecosysteemdiversiteit
- Functionele diversiteit
- Fylogenetische diversiteit
Comments
No comments yet. Be the first to share a thought.
Leave a comment