Meng zoutzuur met natriumhydroxide en je krijgt zout en water. De reactie is neutralisatie, de reactie tussen een zuur en een base. Het zuur staat een proton af, de base neemt het op en de producten zijn een zout en water. De pH verschuift naar ongeveer 7. De reactie komt vrij en is daarom exotherm. Het is een van de meest fundamentele reacties in de chemie.
De algemene reactievergelijking is zuur + base -> zout + water. Het zout dat ontstaat, hangt af van het gebruikte zuur en de base. Zoutzuur en natriumhydroxide geven natriumchloride. Zwavelzuur en kaliumhydroxide geven kaliumsulfaat. De reactie is stoichiometrisch: één mol zuur neutraliseert één mol base als het zuur één proton heeft en de base één hydroxidegroep. Voor diprotische zuren zijn twee mol base nodig.
Neutralisatie wordt in veel contexten gebruikt. In het laboratorium wordt het toegepast bij titratie om de concentratie van een zuur of base te bepalen. In de geneeskunde neutraliseren antacida maagzuur om brandend maagzuur te verlichten. In de landbouw wordt kalk aan zure grond toegevoegd om de pH te verhogen. In de milieukunde wordt het gebruikt om zure mijnwateren en zure regen te behandelen. In de industrie wordt het gebruikt om de pH in chemische processen te reguleren.
De reactie is niet altijd volledig. Zwakke zuren en zwakke basen dissociëren niet volledig, waardoor de pH bij het equivalentiepunt mogelijk niet 7 is. De keuze van de indicator is belangrijk. Fenolftaleïne verandert van kleur bij een pH van ongeveer 8,2 tot 10. Methyloranje verandert van kleur bij een pH van ongeveer 3,1 tot 4,4. De indicator moet worden gekozen op basis van het equivalentiepunt.
Comments
No comments yet. Be the first to share a thought.
Leave a comment