Een vergelijking zegt dat twee dingen gelijk zijn. De eenvoudigste zijn bijvoorbeeld 2 + 3 = 5. Interessantere vergelijkingen bevatten variabelen: 2x + 5 = 17. Het oplossen van de vergelijking betekent het vinden van de waarde van x die de bewering waar maakt. In dit geval is x = 6.
Vergelijkingen kunnen lineair, kwadratisch, polynoom, exponentieel, trigonometrisch of differentiaal zijn. Elk type heeft zijn eigen methoden. Het gelijkheidsteken, geïntroduceerd in de zestiende eeuw, maakte van wiskunde een symbolische taal voor het formuleren en oplossen van problemen.
In toepassingen modelleren vergelijkingen relaties. De wet van Ohm, F = ma en E = mc² zijn allemaal vergelijkingen. Het oplossen ervan kan in eenvoudige gevallen met de hand, maar voor complexe systemen zijn computers nodig. Dit concept is fundamenteel voor de algebra en alle kwantitatieve wetenschappen.
- Bewering van gelijkheid tussen uitdrukkingen
- Oplossen betekent het vinden van variabele waarden.
- Veel soorten: lineair, kwadratisch, differentieel
- Modelleert relaties in wetenschap en techniek.
Comments
No comments yet. Be the first to share a thought.
Leave a comment