Dieren, waaronder mensen, passen hun gedrag aan op basis van de voorspellende verbanden die ze in hun omgeving waarnemen. Conditionering is de overkoepelende term voor leerprocessen waarbij reacties gekoppeld raken aan stimuli of aan de gevolgen van handelingen.
Klassieke conditionering koppelt stimuli aan elkaar; operante conditionering koppelt handelingen aan beloningen of straffen. Beide vormen stellen organismen in staat belangrijke gebeurtenissen te anticiperen en gedrag te herhalen dat gunstig blijkt. De neurale substraten overlappen gedeeltelijk, maar verschillen ook: de amygdala en het cerebellum spelen een prominente rol bij klassieke conditionering, terwijl dopaminecircuits en de basale ganglia centraal staan bij operant leren.
Conditioneringsprincipes worden toegepast in het onderwijs, de gedragstherapie en de training van dieren. Ze helpen ook bij het verklaren van onaangepaste patronen zoals verslaving en angst. Laboratoriumonderzoek naar conditionering blijft de synaptische en moleculaire regels onthullen die ervoor zorgen dat ervaring neurale circuits kan veranderen.
Een goed getimede bekrachtiger of een betrouwbaar voorspellend signaal kan gedrag opmerkelijk effectief veranderen.
Comments
No comments yet. Be the first to share a thought.
Leave a comment