Bacteriële infecties werden vroeger doorgaans zonder problemen gedood; antibiotica hebben daar verandering in gebracht. Een antibioticum is een stof die bacteriën doodt of hun groei remt, waardoor het immuunsysteem van de gastheer de infectie kan bestrijden.
Verschillende klassen antibiotica richten zich op celwanden, eiwitsynthese, DNA-replicatie of andere bacteriële processen. De keuze hangt af van het waarschijnlijke organisme, lokale resistentiepatronen, de locatie van de infectie en patiëntgebonden factoren zoals allergieën en nierfunctie. Antibiotica hebben geen effect op virussen, dus het gebruik ervan bij verkoudheid of griep is zowel nutteloos als schadelijk.
Resistentie ontstaat wanneer bacteriën zich aanpassen onder selectieve druk. Programma's voor verantwoord antibioticagebruik bevorderen het juiste gebruik van medicijnen, de juiste dosering en de juiste behandelingsduur om de effectiviteit te behouden. Het volledig afmaken van voorgeschreven kuren en het vermijden van overgebleven antibiotica blijven praktische verantwoordelijkheden van de patiënt die hetzelfde doel dienen.
- Een middel dat bacteriën doodt of remt.
- Geselecteerd op basis van factoren die verband houden met het organisme en de patiënt.
- Niet effectief tegen virussen
- Moet oordeelkundig worden ingezet om weerstand te beperken.
Comments
No comments yet. Be the first to share a thought.
Leave a comment