Het trolleyprobleem is een ethisch gedachte-experiment over het opofferen van één persoon om velen te redden. Een op hol geslagen tram rijdt over een spoor. Vijf mensen zijn vastgebonden aan het spoor. Je staat naast een wissel. Als je de wissel omzet, rijdt de tram naar een ander spoor. Aan dat spoor is één persoon vastgebonden. Zet je de wissel om? De meeste mensen zeggen ja. Eén persoon opofferen om vijf te redden.
Het probleem werd in 1967 geïntroduceerd door Philippa Foot. Er bestaan vele varianten van. De voetbrugvariant vraagt of je een dikke man van een brug zou duwen om de tram te stoppen. De meeste mensen zeggen nee. De twee scenario's zijn structureel vergelijkbaar. Eén dode om er vijf te redden. Maar de intuïties verschillen. Een schakelaar omzetten is onpersoonlijk. Een man duwen is persoonlijk. Het tramprobleem onderzoekt dit verschil.
Variaties op het trolleyprobleem
- Standaard: trek aan de schakelaar, draai de trolley om.
- Voetgangersbrug: duw een man om de tram te stoppen.
- Loop: de omgeleide tram keert terug naar de vijf.
- Dikke man: gebruik het lichaam van een dikke man om de tram te blokkeren.
- Transplantatie: één gezonde patiënt opofferen om vijf zieke patiënten te redden.
Het trolleyprobleem wordt gebruikt in de ethiek, psychologie en neurowetenschappen. Het test morele intuïties. Het onthult of mensen consequentialistisch of deontologisch zijn. Consequentialisten richten zich op de uitkomsten. Zij trekken aan de schakelaar. Deontologen richten zich op de regels. Zij duwen de man niet. Het probleem kent geen eenduidig antwoord. Het is een instrument om moreel redeneren te onderzoeken. Het is ook een cultureel fenomeen. Het komt voor in boeken, films en videogames. Het is een eenvoudig scenario met eindeloze variaties. Het stelt de vraag: wat is het juiste om te doen? Het antwoord hangt af van je ethiek. Het trolleyprobleem vertelt je niet wat je moet doen. Het laat je zien wat je gelooft.
Comments
No comments yet. Be the first to share a thought.
Leave a comment