Een gemeenschappelijke noemer is een veelvoud van de noemers van twee of meer breuken. Deze is nodig om breuken op te tellen of af te trekken. De breuken moeten dezelfde noemer hebben voordat de tellers gecombineerd kunnen worden. Zoek het kleinste gemene veelvoud van de noemers en gebruik dat als de gemeenschappelijke noemer.
Bij 1/3 en 1/4 zijn de noemers 3 en 4. Het kleinste gemene veelvoud is 12. Zet beide breuken om: 1/3 wordt 4/12 en 1/4 wordt 3/12. Tel de tellers op: 4 + 3 = 7. De som is 7/12. De gemeenschappelijke noemer maakt de optelling mogelijk.
Een gemeenschappelijke noemer vinden
- Geef een lijst met veelvouden van elke noemer.
- Zoek het kleinste veelvoud dat ze gemeen hebben.
- Zet elke breuk om in een gelijkwaardige breuk met die noemer.
- Tel de tellers bij elkaar op of trek ze van elkaar af.
- Vereenvoudig het resultaat indien mogelijk.
De kleinste gemene noemer is de kleinste gemeenschappelijke noemer. Het houdt de getallen hanteerbaar. Je kunt elke gemeenschappelijke noemer gebruiken, maar grotere getallen zijn lastiger om mee te werken. Voor 1/6 en 1/8 is de kleinste gemene noemer 24. Het product is 48. Beide werken. Maar 24 houdt de breuken eenvoudiger. Het vinden van de kleinste gemene noemer is een vaardigheid die van pas komt in de algebra. Bij het optellen van rationale uitdrukkingen geldt hetzelfde proces. De noemers zijn polynomen. Ontbinden in factoren helpt bij het vinden van de kleinste gemene noemer. Het principe is hetzelfde. Je kunt breuken niet optellen totdat de noemers gelijk zijn. De gemeenschappelijke noemer is de brug die optellen mogelijk maakt.
Comments
No comments yet. Be the first to share a thought.
Leave a comment