Sommige landschappen zijn vrijwel vlak; andere kennen dramatische hoogteverschillen. Reliëf is het hoogteverschil tussen het hoogste en laagste punt in een bepaald gebied. Lokaal reliëf heeft betrekking op kleine gebieden; regionaal reliëf omvat grotere territoria.
Hoogreliëflandschappen, zoals bergketens, ontstaan door snelle opheffing ten opzichte van erosie. Laagreliëflandschappen kunnen wijzen op langdurige erosie of sedimentatie. Reliëf beïnvloedt het klimaat, de afwateringspatronen, de toegankelijkheid en de verspreiding van habitats.
Topografische kaarten en digitale hoogtemodellen maken een nauwkeurige meting van het reliëf mogelijk. Geomorfologen gebruiken reliëf als een fundamentele beschrijving bij het classificeren van terrein en het beoordelen van erosiepotentieel of het risico op aardverschuivingen. Het oog leest reliëf instinctief als een van de meest fundamentele kenmerken van elk landschap.
- Hoogteverschil tussen hoogste en laagste punt
- Beschrijft de ruwheid van het terrein
- Beïnvloedt het klimaat, de afwatering en de bereikbaarheid.
- Gemeten aan de hand van kaarten of hoogtemodellen.
Comments
No comments yet. Be the first to share a thought.
Leave a comment