Geluid is analoog. Dat geldt ook voor temperatuur, druk en licht. Een analoog signaal is een continu signaal dat fysische grootheden weergeeft. Het varieert vloeiend in de tijd. Er zijn geen discrete stappen. Het signaal kan elke waarde binnen een bepaald bereik aannemen.
Analoge signalen worden al gebruikt sinds de eerste telefoon. Het apparaat van Alexander Graham Bell zette geluidsgolven om in elektrische golven. Het elektrische signaal was een spiegelbeeld van het geluid. Radio- en televisie-uitzendingen waren decennialang analoog. Vinylplaten en cassettebandjes zijn analoge opslagmedia.
Kenmerken
- Continu: geen discrete waarden
- Gevoelig voor ruis: interferentie wordt aan het signaal toegevoegd.
- Moeilijk samen te vatten: elk onderdeel is belangrijk.
- Eenvoudig om te bouwen: microfoons en luidsprekers zijn van nature analoog.
Digitale technologie heeft analoge communicatie grotendeels vervangen. Digitale signalen zijn gemakkelijker op te slaan, te comprimeren en foutcorrecties uit te voeren. Maar de fysieke wereld is nog steeds analoog. Elk digitaal systeem heeft analoge componenten aan de randen: sensoren, antennes, luidsprekers en beeldschermen. De conversie vindt plaats op de grens.
Comments
No comments yet. Be the first to share a thought.
Leave a comment