Twee stralen die vanuit hetzelfde punt vertrekken, vormen een hoek. Het punt is het hoekpunt; de stralen zijn de zijden. Hoeken meten de mate van draaiing tussen de zijden, meestal in graden of radialen. Een volledige cirkel is 360 graden, een rechte lijn 180 graden en een rechte hoek 90 graden.
Hoeken kom je overal tegen: de hoek van een kamer, de helling van een dak, de spreiding van een schaar. In de meetkunde bepalen ze de indeling van driehoeken (scherphoekig, recht, stomp) en de regels voor parallelle lijnen en veelhoeken. Twee hoeken die samen 90 graden zijn, zijn complementair; hoeken die samen 180 graden zijn, zijn supplementair.
Navigatie, landmeting en astronomie zijn afhankelijk van nauwkeurige hoekmetingen. Zeelieden peilen hun koers, landmeters draaien theodolieten en astronomen meten de afstand tussen sterren. Zelfs de wijzers van een klok vormen hoeken die van minuut tot minuut veranderen. Het concept is eenvoudig uit te leggen en eindeloos nuttig.
- Gevormd door twee stralen die een gemeenschappelijk hoekpunt delen.
- Gemeten in graden of radialen
- Een rechte hoek is 90 graden.
- Centraal in de geometrie, navigatie en landmeetkunde.
Comments
No comments yet. Be the first to share a thought.
Leave a comment