Een vliegwiel slaat rotatiekinetische energie op. Een zware rotor draait op wrijvingsarme lagers. Wanneer energie nodig is, drijft het momentum van de rotor een generator aan. Wanneer energie goedkoop is, laat een motor het sneller draaien. Hoe sneller het draait, hoe meer energie het opslaat. De energie is evenredig met het kwadraat van de snelheid.
Vliegwielen worden al eeuwenlang gebruikt. Pottenbakkers gebruiken ze om klei te laten ronddraaien. Stoommachines gebruikten ze om de krachtoverbrenging te optimaliseren. Moderne vliegwielen gebruiken composietrotoren en magnetische lagers om met tienduizenden omwentelingen per minuut in een vacuüm te draaien. Ze laden en ontladen snel, waardoor ze ideaal zijn voor korte, krachtige momenten.
De belangrijkste toepassingen zijn netfrequentieregulering en ononderbroken stroomvoorziening. Een vliegwiel kan binnen milliseconden reageren, sneller dan de meeste batterijen. Het kan miljoenen cycli doorstaan met minimale slijtage. De beperkingen zijn de energiedichtheid en de levensduur. Vliegwielen slaan kleine hoeveelheden energie op en ontladen deze in seconden tot minuten. Ze vormen een aanvulling op batterijen, maar vervangen ze niet.
Belangrijkste kenmerken
- Snelle reactie
- Lange levensduur
- Lage energiedichtheid
- Korte duur
- Vacuüm- en magneetlagers
Comments
No comments yet. Be the first to share a thought.
Leave a comment