Een transgeen organisme bevat genen die afkomstig zijn van een andere soort. Dit gen wordt een transgeen genoemd en wordt met behulp van genetische manipulatietechnieken in het genoom van het organisme ingebracht. Transgene organismen worden gebruikt in onderzoek, geneeskunde en landbouw. Ze vormen een type genetisch gemodificeerd organisme, maar de termen worden vaak door elkaar gebruikt.
De eerste transgene muizen werden in de jaren tachtig gecreëerd. Sindsdien worden transgene dieren gebruikt om genfuncties te bestuderen, menselijke ziekten te modelleren en therapeutische eiwitten te produceren. Transgene geiten produceren antitrombine in hun melk. Transgene kippen leggen eieren met eiwitten voor de geneesmiddelenproductie. Transgene planten domineren de wereldwijde landbouw: maïs, soja, katoen en koolzaad zijn genetisch gemodificeerd voor resistentie tegen insecten of tolerantie voor herbiciden.
De technologie is preciezer geworden. Bij eerdere methoden werden genen willekeurig ingebracht, wat andere genen kon verstoren. CRISPR en andere bewerkingstechnieken maken gerichte insertie op specifieke locaties mogelijk. Dit vermindert ongewenste effecten en verbetert de voorspelbaarheid. De efficiëntie varieert per soort, en sommige organismen zijn moeilijker te modificeren dan andere.
Transgene organismen roepen vragen op over regelgeving en ethiek. Wie is de eigenaar van het intellectuele eigendom? Wat zijn de risico's voor het milieu? Mogen transgene dieren worden gebruikt voor voedsel? De antwoorden verschillen per land en per organisme. De technologie is krachtig en het debat is nog gaande.
Comments (3)
Leave a comment