Een dogmaticus verkondigt een standpunt als onbetwistbaar waar. Bewijs dat ertegen ingaat, wordt genegeerd. Alternatieve opvattingen worden niet serieus overwogen. Het woord komt van het Griekse dogma, wat mening of decreet betekent. In de antieke filosofie waren dogmatici degenen die beweerden de waarheid te hebben gevonden, in tegenstelling tot sceptici die hun oordeel opschortten. Sextus Empiricus gebruikte de term om filosofen te beschrijven die stellige doctrines aanhingen. De moderne betekenis is pejoratief: dogmatisme is een bekrompen zekerheid.
Dogmatisme is niet hetzelfde als overtuiging. Je kunt een overtuiging stevig vasthouden en die toch herzien in het licht van nieuw bewijs. Dogmatisme weigert herziening. Het beschouwt meningsverschillen als een fout of kwade trouw. Het kan voorkomen in religie, politiek, wetenschap en het dagelijks leven. Een wetenschapper die afwijkende gegevens negeert, is dogmatisch. Een politicus die weigert tegengestelde standpunten te overwegen, is dogmatisch. De oplossing is niet twijfel omwille van de twijfel zelf, maar de bereidheid om je overtuigingen te toetsen en tegenbewijs serieus te nemen.
Tekenen van dogmatisme
- Zekerheid. Het standpunt wordt als boven elke twijfel verheven beschouwd.
- Geslotenheid. Tegenbewijs wordt genegeerd of verworpen.
- Herhaling. Beweringen worden gedaan in plaats van beargumenteerd.
- Vijandigheid. Critici worden als vijanden behandeld.
Dogmatisme vormt een risico voor elk geloofssysteem. Het is bovendien een verleiding voor iedereen die meer waarde hecht aan zekerheid dan aan de waarheid.
Comments
No comments yet. Be the first to share a thought.
Leave a comment