Achterlichten markeren de achterkant van een voertuig. Ze lichten rood op wanneer de koplampen branden en worden feller wanneer er geremd wordt. Dat verschil in helderheid is cruciaal. Een zwak achterlicht zegt "hier ben ik". Een fel remlicht zegt "ik stop".
Vroegere auto's gebruikten olielampen of gewone gloeilampen. Moderne achterlichten gebruiken ledlampen, die sneller oplichten en langer meegaan. Die snellere verlichting is belangrijk. Op de snelweg geeft een led-remlicht de achteropkomende bestuurder een fractie van een seconde extra reactietijd. Dat kan het verschil betekenen tussen een bijna-aanrijding en een botsing.
Achterlichtfuncties
- Dagrijverlichting: rood, brandt wanneer de koplampen aan staan.
- Remlicht: felrood, geactiveerd door het rempedaal.
- Richtingaanwijzer: oranje of rood, knipperend.
- Achteruitrijlicht: wit, brandt bij achteruitrijden.
- Mistachterlicht: felrood, wordt in sommige regio's gebruikt bij dichte mist.
Defecte achterlichten komen vaak voor en worden gemakkelijk over het hoofd gezien. Veel auto's controleren tegenwoordig de weerstand van de lampen en waarschuwen de bestuurder via het dashboard. De politie kan een auto staande houden vanwege een niet-werkend achterlicht, en in sommige rechtsgebieden kan die staande houding leiden tot verder onderzoek. Controleer ze daarom regelmatig, of vraag iemand om achter de auto te staan terwijl u remt.
Comments
No comments yet. Be the first to share a thought.
Leave a comment