Opslag is de tweede fase van het geheugen, na codering en vóór het ophalen ervan. Het verwijst naar het vasthouden van gecodeerde informatie gedurende een bepaalde tijd. Opslag kan kortdurend zijn, zoals bij sensorisch geheugen dat minder dan een seconde duurt, of langdurig, zoals bij langetermijngeheugen dat een leven lang meegaat.
Informatie wordt opgeslagen door veranderingen in synaptische verbindingen en, voor langetermijngeheugen, door structurele veranderingen in neuronen en eiwitsynthese. De capaciteit en duur van de opslag variëren per geheugensysteem: sensorisch geheugen kan een grote hoeveelheid informatie zeer kort vasthouden, kortetermijngeheugen kan ongeveer zeven items gedurende 20-30 seconden vasthouden, en langetermijngeheugen heeft in principe een onbeperkte capaciteit en duur.
Geheugensystemen
- Sensorisch geheugen: zeer kort, grote capaciteit
- Kortetermijngeheugen: ~7 items, 20-30 seconden
- Langetermijngeheugen: onbeperkt, mogelijk permanent
- Consolidatie stabiliseert langetermijnopslag
Comments
No comments yet. Be the first to share a thought.
Leave a comment