Een aartsengel is een opperste of hooggeplaatste engel. Het woord komt van het Griekse archangelos, wat opperste engel betekent. Aartsengelen zijn leiders onder de engelen. Ze brengen belangrijke boodschappen over. Ze voeren het bevel over hemelse legers. Ze staan in de tegenwoordigheid van God. De Bijbel noemt één aartsengel: Michaël. De traditie noemt er ook twee: Gabriël en Rafaël.
Michaël is de strijdende aartsengel. Hij vecht tegen de draak in Openbaring. Hij verdedigt Gods volk in Daniël. Hij is de beschermer van Israël. Gabriël is de boodschapper-aartsengel. Hij kondigt de geboorte van Johannes de Doper aan. Hij kondigt de geboorte van Jezus aan. Hij legt visioenen uit aan Daniël. Rafaël is de genezende aartsengel. Hij verschijnt in het boek Tobit. Hij geneest Tobits blindheid. Hij begeleidt Tobias op zijn reis. Deze drie worden vereerd in de katholieke en orthodoxe traditie.
Aartsengelen in de Schrift en traditie
- Michael: krijger, beschermer, bestrijdt het kwaad.
- Gabriël: boodschapper, kondigt geboorten aan.
- Raphael: genezer, gids, metgezel.
- Uriel: vuur van God, volgens sommige tradities.
- Metatron: in de joodse mystiek.
Aartsengelen zijn machtig. Ze mogen niet aanbeden worden. Ze zijn dienaren van God. Ze zijn boodschappers. Ze zijn krijgers. Ze zijn genezers. Ze zijn geen goden. Ze zijn engelen. Ze staan hoger dan andere engelen. Ze staan lager dan God. Ze zijn bemiddelaars. Ze zijn voorbeelden. Ze laten ons zien dat de spirituele wereld echt is. Ze laten ons zien dat God actief is. Ze laten ons zien dat we niet alleen zijn. Aartsengelen waken over ons. Ze strijden voor ons. Ze brengen ons boodschappen. Ze genezen ons. Ze bieden troost. Ze zijn een mysterie. Het zijn de aartsengelen. Michaël. Gabriël. Rafaël. En anderen van wie we de namen niet kennen.
Comments
No comments yet. Be the first to share a thought.
Leave a comment