Aftrekken berekent het verschil tussen twee getallen. 9 − 4 = 5. Het is het omgekeerde van optellen: als 5 + 4 = 9, dan is 9 − 4 = 5. Het resultaat is het verschil. Het getal dat wordt afgetrokken is de aftrekker; het getal waarvan het wordt afgetrokken is het aftrekgetal.
Aftrekken is niet commutatief: 9 − 4 is niet hetzelfde als 4 − 9. Dat laatste geeft −5, een negatief getal. Aftrekken kan worden gezien als het optellen van het tegengestelde: 9 − 4 = 9 + (−4). Die zienswijze vereenvoudigt de algebra.
In het dagelijks leven berekenen we met aftrekken het wisselgeld, de resterende hoeveelheid en het verschil. In de wiskunde wordt het toegepast op breuken, decimalen, algebraïsche uitdrukkingen en vectoren. Het begrijpen van aftrekken als de omgekeerde vorm van optellen is een essentiële stap in het leren van algebra.
- Berekent het verschil tussen getallen.
- Omgekeerde van optellen
- Niet commutatief
- Gelijkwaardig aan het optellen van het tegenovergestelde
Comments
No comments yet. Be the first to share a thought.
Leave a comment